close
De moord en de erfenis: kloosters rond Nijkerk

De moord en de erfenis: kloosters rond Nijkerk

Die Adala van Hamaland was me er eentje! Ze liet de politieke tegenstander van haar man Balderik vermoorden: in oktober 1016 werd graaf Wichman van Werden door een paar ridders om zeep geholpen toen hij terugkeerde van een vriendschapsbezoek. Een bezoek aan Balderik zelf, om precies te zijn, nadat beide heren een vete van jaren officieel hadden bijgelegd.(1) Zo’n veertig jaar eerder had Adala al bij Otto II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, met succes het testament van haar vader aangevochten. Die zou haar zus destijds met veel meer gebieden hebben begunstigd dan haar. In dat testament werden ook boerderijen bij Appel – Appelteruika – en Putten – Putte – genoemd.(2) En bij die boerderijen in Appel lag ook een kleine nederzetting, omgeven door een aarden wal. Dat was een walburg, weten we sinds 2010.

Hamaland

In augustus 2010 woonde ik een presentatie bij van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Die bevestigde nog maar eens dat Appel al in de Middeleeuwen een belangrijke plaats was. Dankzij de excentrieke Puttense Jonker Jan werd het landschap er in de twintigste eeuw niet verkaveld, maar bleef het bewaard zoals het er al eeuwenlang bij lag. Dat was een voorwaarde voor de ontdekking van de walburg in 2009 door de Nijkerkse bioloog Leendert de Boer.

De walburg ligt in een gebied dat rond het jaar 950 grotendeels eigendom was van de Hamalandse graven. Die graven waren oorspronkelijk ambtenaren die in dienst stonden van de Keizer van het Heilige Duitse Rijk. Zij regeerden over een gouw en hadden de taak om het land te beschermen tegen de invallen van Vikingen. In de loop der tijd kregen de graven steeds meer macht en werd de functie erfelijk in de mannelijke lijn.(3)

Adala naar de keizer

Adala’s vader, Wichman van Hamaland was graaf van Hamaland, een gouw langs de IJssel. Daarnaast had hij uitgestrekte bezittingen op de Veluwe tot zelfs in het Gooi toe. Veel landgoederen bevonden zich ook in de buurt van Appel en Putten.

Wichman bezat ook een aantal van walburgen, vertelde de RCE-archeoloog tijdens de presentatie in augustus 2010. Onder meer een op de Elterberg bij het Duitse dorp Elten. Die walburg bouwde hij om tot het klooster Hoog-Elten nadat zijn zoontje Wichman was gestorven. Zijn dochter Liutgard werd de eerste abdis van dit klooster. Wichman regelde het zo dat uiteindelijk zijn dochter Liutgard tweederde van het familievermogen kreeg, tegenover Adala en haar echtgenoot Balderik éénderde.

De verdeling van de erfenis zinde Adala van geen kanten. Ze deed daarover haar beklag bij Rooms keizer Otto II. Die corrigeerde de erfenis inderdaad, zodat de verdeling tussen de zussen fifty-fifty werd geregeld.(4)

Het gevolg was dat de eigendommen van wijlen graaf Wichman, waaronder veel boerderijen tussen Putten en Nijkerk, verdeeld werden tussen Adala en het klooster bij Elten. Later, toen ook Adala’s zoon Meinwerk van Paderborn abt werd, schonk deze die goederen in 1013 aan zijn klooster. Dat was het Duitse klooster Abdinghof in Paderborn.(5) Het gevolg daarvan was dat ook de andere helft van de Hamalandse erfenis in kloostergoederen veranderde.

Overigens speelde een derde klooster zeven eeuwen lang een belangrijke rol in het Nijkerkse buitengebied. Dat was het klooster van Werden – ook in Duitsland. Een Friese edelman had rond 855 al landgoederen in de buurt van Nijkerk aan dat klooster geschonken. In 1559 kocht de abdij Adinkhof in Padderborn ook de omvangrijke goederen van de proosdij van Werden. Die waren ooit ook eigendom van het geslacht van Brunharingen, waar de graven van de Hamaland uit stamden.(6)

Kloosters: invloedrijke clubs

Rond Appel waren boerderijen als Hammekensgoed, De Ahof en De Kemna het eigendom van de Abdij van Elten. De boerderijen Westenappel, Groot Appel, Middendorp, Groot Proever, Klein Proever, Oostereng en De Plas waren van Paderborn. Boerderij De Neude was weer van Elten, terwijl het Westphalingsgoed dat even verder op Slichterhorst van Paderborn was.(7)
Eeuwen lang oefenden de kloosters veel invloed uit. Zonder toestemming van abten en abdissen, gebeurde er weinig. Zo verleende de abt van Adinkhof bijvoorbeeld in 1598 toestemming om ‘het hofhorig goed Schullekensgoed, gelegen in het ambt Nijkerk, buurschap Nautema’, te splitsen tussen ene Otto Schrassert en ene Gerrit Janssen, vertelt een document in het Gelders Archief.(8)

De kloostergoederen van Elten werden bestuurd door een kellenaar (een soort rentmeester) die in een groot huis in Appel woonden. Tijdens de presentatie van de Rijksdienst bleek dat er een rechtstreekse weg had gelopen van de zogenaamde ‘Kelnarij’ naar de Walburg. Aan het profiel in de weilanden is de weg nog te zien.

Ook de kellenaar in Putten, die de boerderijen van het Klooster Padderborn beheerde, was een invloedrijk man. Niet zelden werd hij benoemd tot de nieuwe abt van het klooster. Wel bestond tussen de Kellenaar en de landdrost van de Veluwe, de wereldlijke gezagsdrager in dat gebied, bij tijd en wijle een flinke machtsstrijd. Die liep in 1632 dat zo ver op dat de landdrost een arrestatiebevel uitvaardigde tegen de kelner van Putten.(9)

1803: de kloostergoederen verkocht

Tot in 1803, ten tijde van de Bataafse Republiek, bleven de kloosters eigenaar van al deze landgoederen met hun boerderijen. Maar in dat jaar werden zowel de goederen van Abdinkhof bij Paderborn geseculariseerd – dat is: afgenomen van het klooster – en verkocht.(10) In 1811 werd het klooster van Elten door Napoleon helemaal opgeheven.

De voormalige kloostergoederen kwamen door de verkoop in handen van machtige grootgrondbezitters – de families die vaak de jonkers in de ambten Putten en Nijkerk leverden. Maar dat is een ander verhaal.

[1] Marco Mostert, In de marge van de beschaving. De geschiedenis van Nederland, 0-1100. (Amsterdam, 2009) 220-223.
[2] J. Van Doesburg, J.W. Kort en P. Schut, Ijzer en aarde. Waarderend onderzoek naar een ringvormig aardwerk in Appel (gemeente Nijkerk) in 2008. (Rapportage Archeologische monumentenzorg 185, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2010) 18.
[3] Marco Mostert, In de marge van de beschaving. De geschiedenis van Nederland, 0-1100. (Amsterdam, 2009) 175-179.
[4] IJzer en aarde, 18-19; Zie bronvermelding over Hamaland op Wikipedia.
[5] B.H. Slicher van Bath, Het archief van de kelnarij van Putten (’s Gravenhage, 1952) 3.
[6] B.H. Slicher van Bath, Het archief van de kelnarij van Putten (’s Gravenhage, 1952) 3-4.
[7] Ijzer en aarde, 20-22.
[8] www.geldersarchief.nl/zoeken/ http://www.geldersarchief.nl/zoeken/?miview=inv2&mivast=37&mizig=210&miadt=37&miaet=1&micode=0380&minr=3000628&milang=nl
[9] Slicher van Bath, Archief Kelnarij, 12, Inv. 24.
[10] Slicher van Bath, Archief Kelnarij, 15, Inv. Nr. 42-44.

Anton van Renssen

Anton van Renssen

De passie voor geschiedenis ontstond in 'de derde', bij meester Smit. De spannende verhalen die hij vertelde speelden we in de pauzes na. De opleiding aan de journalistenschool was een opstap naar de geschiedenisstudie aan de Vrije Universiteit en dat een tussenstap naar een bestaan als freelance historisch onderzoeker en tekstschrijver dat inmiddels een periode van bijna 25 jaar omspant. Mijn klanten zijn kennisinstellingen, onderzoeksinstituten en universiteiten, stichtingen, maatschappelijke instellingen in de jeugdzorg en historische verenigingen. Sinds 2016 ben ik voorzitter van de branchevereniging Ondernemers in Geschiedenis. Zie: www.ondernemersingeschiedenis.nl
generaal Henri Winkelman

Een woord van generaal Winkelman