close
Geweld in de Jeugdzorg 1945-2018

Geweld in de Jeugdzorg 1945-2018

Geweld in de Nederlandse jeugdzorg is van alle tijden en is nooit helemaal uit te bannen. Tegelijk gebeurt er ook veel goeds!

Dat is in een notendop het belang én de complexiteit van de diverse deelonderzoeken die ik uitvoerde voor Commissie De Winter, officieel: Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg. Het rapport werd op 12 juni 2019 gepresenteerd. Het eindrapport is omvangrijk.

“Het rapport telt vijfduizend pagina’s met daarin talloze schokkende verhalen.”

De opdracht van de Commissie was het onderzoeken van geweld in de jeugdzorg. Die opdracht bepaalde de zoekrichting in de archieven van jeugdzorginstellingen en hun rechtsvoorgangers.

Het resultaat is te lezen in diverse deelstudies. De studies zijn niet in druk verschenen, maar zijn alleen op internet te raadplegen op de site van de onderzoekscommissie.

De ervaring van veel onderzoekers is dat de staat van de archieven van jeugdzorg slecht is. Als er al een archief te vinden is, is het vaak niet geordend, of juist teveel geschoond van relevant materiaal. Pupillendossiers zijn vaak vernietigd. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk.  Maar de nazorgplicht van jeugdzorginstellingen strekt zich uit tot na het vertrek van jongeren. Dat geldt ook voor huidige en toekomstige pupillen en daar ligt een groot probleem bij de privacywetgeving: na vijftien jaar moeten dossiers worden vernietigd. Er is dus werk aan de winkel!

“Alarm! De staat van de jeugdzorgarchieven is slecht. Veel archieven zijn verdwenen, andere archieven zijn niet geïnventariseerd en heel veel pupillendossiers zijn vernietigd.”

Voor het schrijven van de deelstudies raadpleegde ik veel verschillende archieven. Welke archieven dat waren? Die van Martha Stichting in Alphen aan den Rijn bijvoorbeeld, geraadpleegd in de Vrije Universiteit.

Het archief van de Martha-Stichting bevindt zich geordend - en zwaar geschoond - in de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit Amsterdam, Collectie HDC/Protestants erfgoed.

Het archief van de Martha-Stichting bevindt zich goed geordend in stevige archiefdozen (zie bovenstaande foto), maar zwaar geschoond, in de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit Amsterdam, Collectie HDC/Protestants erfgoed.

Het betrof ook de archieven van Jeugdzorg Groningen, te vinden bij rechtsopvolger Elker en die van het jongensinternaat Nederlandsch Mettray bij Zutphen, te vinden in het Regionaal archief Zutphen. Daarnaast doorzocht ik – opnieuw – de archieven van Kinderdorp Neerbosch bij Nijmegen, te vinden in het Van ’t Lindenhoutmuseum op het terrein van het voormalige kinderdorp.

Tot slot bezocht ik, deels samen met onderzoekscollega John Exalto, diverse locaties waar archieven lagen van de zustercongregatie van De Goede Herder met tehuizen in Almelo, Bloemendaal, Tilburg/Someren, Velp en Zoeterwoude. Dat betrof archiefstukken in Bloemendaal, het congregatiearchief in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven in St. Agatha (een half uurtje ten zuiden van Nijmegen) en stukken in het archief van het Bisdom Rotterdam.

Daarnaast deed ik onderzoek naar geweld in de zorg binnen de zogenaamde LVB-sector. Dat onderzoek resulteerde in twee rapporten over instellingen die zorg boden aan licht-verstandelijk beperkte kinderen. Het archiefonderzoek vond plaats in het Zeeuws Archief in het archief  van Kinderzorg Middelburg en in het Stadsarchief Rotterdam, dat waakt over het archief van de Pameijer Stichting.

Het archief van Kinderzorg Middelburg bevindt zich in het Zeeuws Archief. Een deel ervan is nog niet gezïnventariseerd. Gelukkig maar, want in die dozen bevonden zich onverwachte relevante archiefstukken.

Het archief van Kinderzorg Middelburg bevindt zich in het Zeeuws Archief. Een deel ervan, zoals de archiefdoos op de afbeelding, is nog niet geïnventariseerd. Gelukkig maar, want in het niet geïnventariseerde en dus ook niet geschoonde deel van het archief, bevonden zich onverwachte, maar relevante archiefstukken.

Voor alle onderzoekers gold dat zij pas toegang kregen tot de archieven na verkregen toestemming door de betreffende instellingen. Dat waren vaak rechtsopvolgers van de vroegere instellingen.

Anton van Renssen

Anton van Renssen

De passie voor geschiedenis ontstond in 'de derde', bij meester Smit. De spannende verhalen die hij vertelde speelden we in de pauzes na. De opleiding aan de journalistenschool was een opstap naar de geschiedenisstudie aan de Vrije Universiteit en dat een tussenstap naar een bestaan als freelance historisch onderzoeker en tekstschrijver dat inmiddels een periode van bijna 25 jaar omspant. Mijn klanten zijn kennisinstellingen, onderzoeksinstituten en universiteiten, stichtingen, maatschappelijke instellingen in de jeugdzorg en historische verenigingen. Sinds 2016 ben ik voorzitter van de branchevereniging Ondernemers in Geschiedenis. Zie: www.ondernemersingeschiedenis.nl

Oral History